Waarom het onderwijsdebat langs de kern heen praat: professioneel oordeel in het onderwijs
- 22 jan
- 3 minuten om te lezen

Hoe verschillend kennisgericht onderwijs en vaardighedenonderwijs ook klinken,
ze delen één fundamentele aanname:
dat goed onderwijs ontwerpbaar is.
Daar wringt het.
Wat kennisgericht onderwijs scherp ziet — en waar het stopt
Ik herken veel in het kennisgerichte pleidooi.
Zonder kennis geen denken.
Zonder inhoud geen begrip.
Zonder begrip geen zelfstandigheid.
Dat is geen ideologie, dat is werkelijkheid.
Maar precies daar stopt deze benadering.
Ze levert geen antwoord op de vraag
wat in een concrete situatie juist is om te doen.
Ze zegt niets over botsende waarden.
Niets over timing.
Niets over verantwoordelijkheid.
Niet omdat ze faalt,
maar omdat dat buiten haar domein ligt.
Kennisgericht onderwijs bouwt de bodem.
Het bereidt voor.
Het beslist niet.
Wat vaardigheden en coaching aanvoelen — en mislopen
Het vaardigheden- en coachingdiscours voelt een ander tekort.
Het ziet dat kennis alleen niet volstaat.
Dat onderwijs ook gaat over omgaan met onzekerheid,
over afwegen, reflecteren, verantwoordelijkheid nemen.
Dat inzicht is terecht.
Maar vervolgens gebeurt er iets problematisch.
Oordeel wordt opgeknipt in vaardigheden.
Vertaald naar competenties.
Gevangen in formats, rubrics en gesprekken.
Wat bedoeld was als ruimte voor handelen,
wordt opnieuw ontworpen.
Niet minder techniek,
maar andere techniek.
De onverwachte overeenkomst
Deze twee stromingen lijken elkaars tegenpolen.
In werkelijkheid doen ze hetzelfde.
Ze proberen het onderwijs bestuurbaar te maken
door het te vertalen naar maakbare vormen.
Bij de één:
instructiemodellen
leerstrategieën
cognitieve principes
Bij de ander:
vaardighedenlijsten
reflectie-instrumenten
coachingsprotocollen
Andere woorden.
Zelfde beweging.
Beide eindigen in techniek.
We vermijden het professioneel oordeel in onderwijs
En hier ligt de kern die zelden wordt uitgesproken.
Het probleem is niet didactisch.
Het is normatief.
De vraag is niet: wat werkt?
maar: wat telt hier — en wat moet wijken?
Zolang we die vraag vertalen naar modellen en methodes,
hoeven we haar niet zelf te dragen.
Dat is comfortabel.
En precies daarom gevaarlijk.
Waarom ‘tussenin’ het probleem niet oplost
Ook Gert Biesta biedt voor mij hier geen redding,
hoe vaak hij ook zo wordt ingezet.
Ik herken en waardeer dat hij zich expliciet afzet tegen zowel het kennisgerichte denken, waarin waarheid en effectiviteit richting moeten geven,
als tegen het vaardigheden- en coachingdenken,
waarin handelen trainbaar en psychologisch wordt gemaakt.
Biesta zit daar bewust tussenin:
hij heropent de normatieve vraag naar het waartoe van onderwijs
en onderbreekt de vanzelfsprekendheid van maakbaarheid.
Maar precies daar blijft hij voor mijn gevoel staan.
Hij wijst aan waar techniek tekortschiet,
zonder uit te werken wie dan oordeelt,
op grond waarvan,
en met welk gezag.
Ik zie daardoor vaak dat zijn werk wordt gebruikt als vrijbrief:
het systeem deugt niet, dus laten we ruimte laten.
Die ruimte wordt vervolgens niet gevuld met oordeel,
maar met proces, dialoog en terughoudendheid.
Voor mij beschermt Biesta het moment van oordeel tegen instrumentalisering,
maar leert hij niemand het oordeel daadwerkelijk te dragen.
En zolang dat zo blijft, ervaar ik zijn denken niet als een redding,
maar eerder als een veilige schuilplaats tegen verantwoordelijkheid.
Wat overblijft is ongemakkelijk maar helder:
goed onderwijs laat zich niet ontwerpen.
Het blijft bestaan waar mensen het dragen.
Wat geen onderwijsvisie kan overnemen
Geen enkele onderwijsstroming kan:
morele afwegingen maken
verantwoordelijkheid dragen
beslissen in situaties waar regels tekortschieten
Niet wetenschap.
Niet didactiek.
Niet coaching.
Zelfs geen Biesta.
Dat werk blijft liggen bij mensen
die oordelen
zonder sluitend kader
en zonder garantie.
Kennisgericht onderwijs legt de bodem.
Vaardighedenonderwijs benoemt het gemis.
Maar beide blijven binnen de grenzen van techniek.
Zolang we blijven zoeken naar betere modellen,
blijven we uit de buurt van wat onderwijs werkelijk vraagt:
oordeel dat niet kan worden uitbesteed.
En dat is geen ontwerpfout.
Dat is de prijs van verantwoordelijkheid.
Slot
Zolang het debat niet gaat over wie beslist,
wat moet wijken en met welk gezag, b
lijft het comfortabel — en leeg.
Onderwijs dat draait om
juist oordelen,
vakmanschap en
gevoel voor kwaliteit
bestaat.
Maar niet als stroming.
Het leeft in kleine, hardnekkige plekken —
ambachtelijke opleidingen, klassieke vakken, sommige medische opleidingen,
kleine scholen met een sterke beroepscultuur,
en vormen van teamgericht werken
die werkelijk rond het werk zijn georganiseerd.
Zoals bij Asterix en Obelix:
geen rijk, geen visie, geen blauwdruk —
maar dorpjes die standhouden
tegen het keizerrijk
van systemen en meetbaarheid.




Opmerkingen