top of page

Leidinggeven tussen ingrijpen en laten

  • 10 jan
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 12 jan


let op leestijd: 10 minuten


Moreel leiderschap in het onderwijs vraagt bescherming


In veel scholen draaien besluiten rond.


Vandaag dit.

Morgen dat.

Volgende week terug.


Er wordt hard gewerkt.

Veel overlegd.

Veel aangepast.


Maar het schuift niet.


Besluiten lossen iets op,

maar bouwen niets op.

Wat vandaag werkt, schuurt morgen opnieuw.


In een school wordt bijvoorbeeld besloten

de lesuitval terug te dringen

door extra invaluren in te zetten.


Het werkt.

De roosters zijn enkele weken stabiel.


Daarna ontstaat opnieuw spanning.

De werkdruk neemt toe,

voorbereidingstijd verdwijnt

en het ziekteverzuim stijgt.


Het besluit wordt aangepast.


Een half jaar later

ligt dezelfde vraag opnieuw op tafel.


Er wordt opnieuw besloten.

Net anders dan de vorige keer.

En zonder verwijzing

naar wat eerder is gebeurd.


Daardoor voelt elke keuze tijdelijk.

En elke correctie als reparatie.


Mijn stelling is dat het handelen is losgeraakt van betekenis. Het heeft geen richting meer.

Daardoor weet niemand nog zeker

waar dit handelen uiteindelijk aan bijdraagt.

En dat dit grote impact heeft. Vooral op de mensen die er dagelijks mee moeten werken.


Wat staat hier wezenlijk op het spel?


Wat hier op het spel staat,

is meer dan besluitvorming.

Het gaat om onze verhouding

tot de werkelijkheid zelf.

Ik snap dat ik je hier even kwijt raak.

Hou vol!


Wanneer handelen losraakt

van wat het dient,

en gesprekken losraken

van wat ons begrenst,

blijft perspectief over zonder maat.


Dan wordt waarheid iets persoonlijks

en verantwoordelijkheid iets vrijblijvends.

Alles kan gezegd worden,

maar niets wordt nog gewogen.


Als betekenis verdwijnt,

verdwijnt gewicht.


Dan gaat het gesprek over hoe

en niet meer over waartoe.


Verschil van inzicht

wordt een kwestie van smaak.


“Dat is jouw perspectief.”

“Daar kunnen we verschillend in staan.”


Dat klinkt verdraagzaam.

Maar het betekent

dat niemand nog kan zeggen

dat iets werkelijk beter

of slechter is.


Wat dan verdwijnt,

is niet consensus

maar richting.


En zonder richting:

  • wordt elke grens verdacht

  • elk oordeel betwistbaar

  • elke keuze voorlopig


Wat hier op het spel staat,

is niet efficiëntie of draagvlak,

maar of het werk zelf

nog ergens voor staat.


Waarom ontspoort het oordeel?


In zo’n omgeving

verandert niet eerst

wat mensen vinden,

maar wat zij doen.


Besluiten worden heropend

zodra ze spanning oproepen.


Problemen worden opgeknipt

in losse maatregelen

die tijdelijk werken

maar geen samenhang hebben.


Verantwoordelijkheid schuift mee

met het probleem:

van team naar leiding,

van leiding naar beleid,

van beleid naar overleg.


Zekerheid krijgt voorrang

boven juistheid.

Volgen wordt veiliger

dan kiezen.


Zo ontstaat werk

dat netjes doorgaat,

maar geen richting draagt.

Alles kan. En dat gebeurt dan ook.

Projectgestuurd onderwijs, excursies, flexuren, examenvoorbereiding. Dans. Tech. A.I. Burgerschap. Rekenen. Taal. Formatief toetsen. Elke docent zijn project.

Alles moet.


Ouders en burgers handelen hetzelfde.

Ze onderhandelen

waar richting nodig is,

zoeken houvast in regels

en leggen vragen

telkens opnieuw op tafel.


Kinderen zien dit feilloos.

Grenzen schuiven.

Besluiten keren terug.


Niemand staat echt ergens voor.


Dat is geen opvoedprobleem.

Het is zichtbaar geworden

hoe volwassenen omgaan

met richtingloosheid.


Wat vraagt dit nu van handelen?


Wat hier nodig is,

is geen nieuw systeem

maar herstel van samenhang.


Die samenhang is geen lijst van acties,

maar een ordening:

eerst waar dit werk voor is,

dan wie hier staat,

en pas daarna wat wordt begrensd.


a. Richting — Waarvoor is deze praktijk er?


Niet als slogan of missie,

maar als iets

dat daadwerkelijk beslist.


Dat betekent

dat niet alles even zwaar weegt,

dat sommige wensen

worden afgewezen,

dat nee zeggen

soms noodzakelijk is.


Zodra dit helder is,

worden keuzes consistenter

en uitleg eenvoudiger.


Niet omdat iedereen

het eens is,

maar omdat dezelfde richting

steeds terugkomt.


Het probleem is zelden

dat we het oneens zijn.

Het probleem is

dat we alles belangrijk

blijven vinden.


En wat doen we dan?


We beslissen niet.

We zeggen: het is én-én.


In de praktijk wordt het half-half:

overvolle dagen

en schijnkeuzes.


Niet omdat iemand ongelijk heeft,

maar omdat niemand zegt

wat hier zwaarder weegt —

en wanneer.


Richting ontstaat niet

door beide kanten te benoemen,

maar door te wegen

en te kiezen.


Dat kost altijd iets.

Maar niet kiezen

kost meer.


b. Oordeel — Wie moet hier afwegen?


Mensen moeten weer

worden aangesproken

als verantwoordelijke volwassenen.


Niet als uitvoerders.

Niet als klanten.


Dat vraagt

dat niet alles vooraf

is dichtgetimmerd,

dat fouten mogen

maar niet vrijblijvend zijn,

dat verantwoordelijkheid

niet verdwijnt in overleg.


Geen protocol als schild.

Geen dekking vooraf.


Pas daar ontstaan

vakmanschap, gezag

en respect.


Niet door controle,

maar door dragen.


c. Bescherming — Beschermen is richting vasthouden


Beschermen betekent hier

niet afschermen of tegenhouden.

Het betekent zorgen

dat het werk zijn tijd

en samenhang behoudt.


Dat besluiten niet telkens

worden losgemaakt

van wat eerder is gedaan.

Dat richting niet verdampt

door haast,

wisselende prioriteiten

of steeds nieuwe eisen.


Een leidinggevende beschermt

door tijd te bewaken,

samenhang vast te houden

en besluiten niet steeds

opnieuw open te trekken.


Beschermen is zo

geen defensieve houding,

maar het vasthouden

van richting over tijd.


Een schoolleider die beschermt.


Die zegt nee

tegen extra projecten

terwijl de lessen

onder druk staan.


Die schuift deadlines op

wanneer zorgvuldigheid

zwaarder weegt dan tempo.


Dat is geen stijl.

Dat is zorg

voor de praktijk.


Zonder die zorg

doen zelfs goede mensen

wat kan —

niet wat klopt.


Wat betekent dit om te dragen?


Zo bepalen we nu vaak richting:

meningen verzamelen,

scherpe randen wegpoetsen,

er een mooi verhaal

van maken.


Het resultaat stuurt niets.

Het verplicht niemand.


Wat iedereen kan onderschrijven,

kost niemand iets.


Grenzen stellen betekent hier

niet het gesprek sluiten.

Het betekent het gesprek voeren

vanuit wat ertoe doet.


Dialoog is nodig,

maar niet als vervanging

van richting.


Pas wanneer waarden

niet steeds ter discussie staan,

kan het gesprek

werkelijk ergens over gaan.


En wat niemand iets kost,

verandert niets.


Stop met het schrijven van plannen.


Richting zit niet in teksten,

maar in besluiten

die blijven staan.


In grenzen

die niet verschuiven.


In mensen

die bereid zijn

verlies te dragen.






Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page